login

Gezamenlijk arbeidsmarktonderzoek A+O, OOM en Otib: “Leren moet slimmer worden georganiseerd”

De afgelopen jaren zijn de opleidingsfondsen A+O Metalektro (grootmetaal), OOM (kleinmetaal) en Otib (installatietechniek) steeds intensiever gaan samenwerken. Ook op het terrein van arbeidsmarktonderzoek trekken ze zo veel mogelijk met elkaar op. Om die reden gaven de drie fondsen onderzoeksbureaus ROA en ITS opdracht een analyse te maken van de doelmatigheid van het onderwijs en het profiel van de medewerker van de toekomst.

“Het was ons doel om eerder onderzoek dat gedaan is door de drie fondsen opnieuw te analyseren en te waarderen om daarmee de synergie tussen het arbeidsmarktonderzoek van de drie fondsen te vergroten. Dat is belangrijk voor het ontwikkelen van nieuw beleid door de fondsen, maar bijvoorbeeld ook waardevol voor sociale partners en de dialoog met het onderwijsveld”, aldus ROA-onderzoeker Andries de Grip tijdens de presentatie van het rapport. 

Goede doelmatigheid

Het eerste thema waar de onderzoekers naar hebben gekeken, is de ‘macrodoelmatigheid’. Oftewel: sluit het opleidingsaanbod goed aan bij de behoefte van de arbeidsmarkt? “Die vraag kunnen we positief beantwoorden”, aldus De Grip. “Van de schoolverlaters die een beroepsopleiding in de metaal, elektro of installatie – kortweg een MEI-opleiding – hebben gevolgd, heeft 94% anderhalf jaar na het afstuderen een baan. Dat is ruim hoger dan het streefpercentage van 80% dat het ministerie van OCW heeft vastgelegd. Verder geeft 71% van de schoolverlaters aan dat ze een baan hebben die aansluit bij het eigen opleidingsniveau: ook dat is boven de norm van 60% die de overheid heeft gesteld.”Mei medewerker 3

Als gekeken wordt naar het sectorrendement, het percentage van de afgestudeerden dat daadwerkelijk ook in de MEI-sector werkt, dan varieert dat sterk per opleiding. De Grip: “Leergangen als Fijnmechanische techniek (81%) en Vliegtuigbouw (100%) zijn dermate sterk afgestemd op de sector dat het rendement hoog is. Opleidingen als Applicatie- en mediaontwikkeling (2%) en ICT-medewerker (4%) hebben vanwege hun algemenere karakter een veel bredere spreiding van afgestudeerden.”

Andere competenties nodig

Het tweede thema van onderzoek ging om de vraag over welke competenties de MEI-medewerker in de toekomst moet beschikken. ITS-onderzoeker Harry van den Tillaart: “Wat allereerst opvalt, is dat de instroom in bbl-trajecten de laatste jaren met 63% is gedaald. Vooral op de mbo-niveaus 1 en 2 droogt de instroom op. Inmiddels heeft twee derde van de werknemers een opleiding op minimaal niveau 3.” Er is niet zozeer sprake van verdringing van lager opgeleiden door medewerkers met een hogere opleiding, stellen de onderzoekers, maar bedrijven hebben meer en meer behoefte aan competenties op een hoger niveau. “Bedrijven noemen het ontbreken van de juiste competenties het grootste probleem bij het vervullen van vacatures. Door snelle technologische ontwikkelingen veroudert kennis sneller en is er behoefte aan een ander soort competenties.” Van medewerkers wordt steeds meer motivatie, flexibiliteit en creativiteit gevraagd in aanvulling op vaktechnische kennis. Bedrijven vragen tegelijkertijd bredere inzetbaarheid of juist specialisatie. Van den Tillaart: “Op uitvoeringsniveau wordt vooral bredere inzetbaarheid gevraagd en in hogere functies wordt meer specialisatie verwacht.” Bedrijven zouden onder meer in de behoefte aan andere competenties kunnen voorzien door zich meer dan voorheen op de werving van vrouwen te richten, concluderen de onderzoekers.

“Opleiden moet een centrale plek krijgen in de bedrijfsstrategie”

Slimmer organiseren

Eén van de problemen waar de MEI-sector mee geconfronteerd wordt, zo stellen de onderzoekers, is de vergrijzing. “Tegenover elke 55-plusser staat in de branche nog minder dan één medewerker van jonger dan 25. Die krapte kan deels door automatisering worden opgevangen, maar de lagere instroom van jongeren in de bedrijfstak blijft een probleem.” Bedrijven zullen daarom hun opleidingsbeleid moeten veranderen, stellen de onderzoekers. Leren zal slimmer moeten worden georganiseerd. “Zo moeten werkgevers zich meer richten op instromers uit andere bedrijfstakken en zich er meer van bewust worden dat ook bestaande medewerkers gedurende hun carrière moeten en willen blijven leren. Maar die leercultuur is niet verankerd in bedrijven. Slechts één op de vijf heeft een opleidingsplan.” Praktijkopleidingscentra zouden in het scholen van instromers én zittende werknemers een prominente rol kunnen spelen, denken ROA en ITS. Opleiden moet een centrale plek gaan innemen in de bedrijfsstrategie. Van den Tillaart: “Het zou verstandig zijn als meer bedrijven voor een opleidingsstrategie kiezen in plaats van een wervingsstrategie. Als functies minder vastomlijnd zijn, zou je ook eens binnen het bedrijf een vervanger kunnen zoeken. Dat maakt je minder afhankelijk van de arbeidsmarkt.”

Tot besluit van de bijeenkomst concludeerden de drie fondsen dat ze in het rapport een goede aanzet zien voor verder arbeidsmarktonderzoek.


Deze website maakt gebruik van cookies. Door op onze website te blijven gaat u akkoord met het gebruik van cookies.