login

"De grenzen moeten open voor buitenlandse werknemers"

Voor veel metalektrobedrijven wordt het, nu de economie weer aantrekt, steeds moeilijker om aan geschoold personeel te komen. Om die reden liet het A+O-bestuur door onderzoeksbureaus Panteia en Ockham IPS onderzoek doen naar kansrijke aanpakken voor het aantrekken en behouden van internationale studenten en talenten.

“Het onderzoek richtte zich vooral op mogelijkheden om vanuit andere Europese landen studenten en talenten aan te trekken en de buitenlanders die hier werken vast te houden”, vertelt Douwe Grijpstra, die vanuit Panteia het onderzoek leidde. “Onze eerste vaststelling is dat er op dat vlak al heel veel gebeurt voor hbo- en wo-studenten. Door individuele bedrijven, in regio’s, door organisaties zoals Brainport Development en bijvoorbeeld in het kader van het Nuffic-initiatief Make it in the Netherlands.

Belemmeringen wegnemen

Volgens Grijpstra zijn er beduidend minder initiatieven om mbo’ ers uit het buitenland aan te trekken en vast te houden. “En dat terwijl metalektrobedrijven een grote behoefte hebben aan mbo’ers op niveau 3 en 4.” In het advies sommen de onderzoekers een aantal mogelijke maatregelen op, die kunnen helpen om meer buitenlandse mbo’ers naar Nederland te krijgen. Grijpstra: “Je kunt denken aan een betere aansluiting van leersystemen in de diverse landen. oZone, het e-learning platform dat A+O heeft ontwikkeld, zou daarin een rol kunnen spelen. Daarnaast is het belangrijk om belemmeringen voor grensarbeid weg te nemen, door bijvoorbeeld vanuit A+O vergoedingen voor stages bij Nederlandse bedrijven –  en vice versa – mogelijk te maken.”

Werkzekerheid

Maar ook bedrijven hebben een belangrijke taak om buitenlandse arbeidskrachten als ze eenmaal hier zijn, binnenboord te houden. Grijpstra: “Waardering is van groot belang, juist bij deze groep die makkelijk weer naar het land van herkomst vertrekt. Zorg voor uitdagend werk en de mogelijkheid om opleidingen te volgen. Zorg voor werkzekerheid, door met collega-bedrijven afspraken te maken over collegiale in- en uitleen. Of door uitzendbureaus een rol te geven bij van-werk-naar-werk bemiddeling en het organiseren van opleidingen. Biedt taallessen aan. En niet onbelangrijk: zorg dat er werk is voor de partner die mee is gekomen en zorg voor goede kinderopvang.”

“De tekorten in de beroepsbevolking zullen meer en meer toenemen”

Toch is het zeker geen eenvoudige klus om Europese werknemers aan te trekken en te behouden, meent Grijpstra. “Je ziet in het buitenland steeds meer krapte op de arbeidsmarkt. Zo is het in het Ruhrgebied nog altijd booming business. Dus zul je vooral moeten letten op reorganisaties bij bedrijven in omliggende landen.” Zo kon VDL Nedcar werknemers overnemen toen de Ford-fabriek in het Belgische Genk gesloten werd, vertelt Grijpstra. “Dat zijn dan zeker niet altijd kant-en-klare werknemers. Ze moeten vaak van niveau-2 naar niveau-4 worden geschoold. En dus is het belangrijk om die bijscholing door afspraken met ROC’s op een goede en slimme manier te organiseren.”

Vluchtelingen als doelgroep

In de komende decennia zal het aantrekken van Europese werknemers alleen maar lastiger worden, voorspelt Grijpstra. “In 2050 is de helft van de Europese landen sterk vergrijsd en zullen de tekorten in de beroepsbevolking meer en meer toenemen. Je zult op langere termijn erover moeten gaan nadenken hoe je mensen uit niet-Europese landen als Afrika en China kunt werven. Vandaar dat wij in het rapport vluchtelingen als serieuze doelgroep hebben benoemd.” Het probleem bij die groep is echter dat door de overheid heel strikt is vastgelegd wanneer en hoe lang vluchtelingen mogen werken, zegt Grijpstra. “Pas als je meer dan 48.000 euro kunt verdienen als migrant van buiten de EU, krijg je een tewerkstellingsvergunning. Het zou goed zijn als een nieuw kabinet die inkomensgrens verlaagt. Want daarmee wordt het ook voor lager geschoolde vluchtelingen mogelijk om hier aan het werk te gaan.”

“Er is een duidelijk verschil tussen technici en mensen in andere beroepen. Een verpleegkundige bijvoorbeeld werkt tot haar 65e vaak gewoon door in haar vak. Bij veel technici zie je dat ze na een jaar of tien geen uitvoerend werk meer doen, maar manager zijn geworden of een kantoorbaan hebben. De vervangingsvraag bij technici is dus veel groter dan in andere beroepen. Tel daarbij op dat veel technische bedrijven sterk vergrijsd zijn. Dan is het helder waarom de werving van technisch personeel uit het buitenland essentieel is. Dus de grenzen moeten niet dicht –maar juist open. Want anders redt de bedrijfstak het gewoon niet.”


Deze website maakt gebruik van cookies. Door op onze website te blijven gaat u akkoord met het gebruik van cookies.