login

Minister Lodewijk Asscher: “Hoe meer samenwerking tussen school en bedrijf, hoe beter”

Goed geschoolde technische vakkrachten zijn essentieel voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Toch sluit de vraag van bedrijven en het aanbod van schoolverlaters vanuit de beroepsopleidingen vaak niet optimaal op elkaar aan. Met een opleidingsduur van gemiddeld drie jaar kan een school niet volledig inspelen op de vraag van nu of morgen. Ook is er een spanning tussen de brede opleiding van scholen en de behoefte aan meer specialistische kennis bij het bedrijfsleven. A+O Nieuws vroeg minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher hoe de kloof tussen school en bedrijf zou kunnen worden gedicht.

Kunt u onderschrijven dat er een kloof bestaat tussen bedrijf en school?

"Daar ben ik het gedeeltelijk mee eens. In de metaalsector volgen innovaties elkaar in zo'n rap tempo op, daar kun je als opleiding nooit helemaal direct op reageren. Dat moet je ook niet willen, want het is altijd even afwachten of een innovatie een structurele verandering wordt. Dan is zo'n brede opleiding juist goed. Je kunt je dan beter specialiseren tijdens een stage, leerwerkplek of in de baan zelf. Want wil je liever de arbeidsmarkt op met een brede bagage, of heel compacte bagage waar inmiddels geen behoefte meer aan is? Mensen moeten zich tijdens hun loopbaan blijven ontwikkelen; dat is niet alleen hun eigen verantwoordelijkheid, maar ook die van werkgevers. Bedrijven kunnen hun medewerkers zelf bijscholen voor specifieke taken en functies.Overigens zie ik wel dat er steeds meer initiatieven zijn waarin scholen en bedrijven naar elkaar toe bewegen. Bijvoorbeeld in de Centra voor Innovatief Vakmanschap in het mbo en de Centres of Excellence in het hbo."

"Ik zie dat er steeds meer initiatieven zijn waarin scholen en bedrijven naar elkaar toe bewegen"

Kan de discrepantie eigenlijk wel worden opgelost, gezien de verschillen in dynamiek tussen bedrijven en scholen?

"Het onderwijs volgt het bedrijfsleven, zo is het sinds jaar en dag en zo zal het in de toekomst ook zijn. Maar ook bedrijven realiseren zich dat hoe beter zij aangeven wat zij zoeken in een werknemer, hoe beter de sollicitanten zullen zijn die bij hen aankloppen. Hoe wordt de student van vandaag de ideale werknemer van morgen? Met die vraag houden we ons allemaal bezig: scholen, bedrijven, en de regering."

Welke maatregelen worden er door de overheid al ingezet om de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijsveld te versterken?

"Het kabinet heeft meerdere afspraken gemaakt met het onderwijs en bedrijfsleven om vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten. Zoals de sectorplannen: gezamenlijke plannen van werkgeversorganisaties en vakbonden die voor de helft worden gefinancierd door de overheid. Daardoor kunnen ambitieuze plannen voor bijvoorbeeld meer stages of leerwerkplekken worden uitgevoerd. Ook heeft het kabinet vorig jaar met partners uit het onderwijs en bedrijfsleven het Techniekpact 2020 gesloten. Daarmee gaan we de instroom in technische opleidingen verhogen en technici voor de sector behouden. En we hebben een Regionaal Investeringsfonds voor het mbo aangekondigd, waarmee ROC's en regionale bedrijven kunnen samenwerken bij het opleiden van arbeidskrachten voor innovatieve beroepen."

"We willen de instroom in technische opleidingen verhogen en technici voor de sector behouden"

Bij een aantal maatregelen ligt de focus op inspanningen vanuit het onderwijs. Op welke manier kunnen bedrijven een bijdrage leveren om de kloof tussen vraag en aanbod te verkleinen?

"Scholen en bedrijven moeten intensief contact met elkaar hebben om ervoor te zorgen dat studenten zo snel mogelijk bekend raken met technologische veranderingen in het bedrijfsleven. Ze hebben daar allebei belang bij: scholen willen dat hun leerlingen een vliegende start op de arbeidsmarkt hebben, bedrijven willen steengoede sollicitanten. Op dit moment bieden bedrijven uit de topsectoren jaarlijks duizend studiebeurzen aan excellente bèta- en technologiestudenten. Een mooi initiatief. Het zou mooi zijn als dat aantal kan worden verhoogd. Als het economisch tegenzit, zie je vaak dat het aantal leerwerkplekken afneemt. Vanuit het bedrijf gezien is dat begrijpelijk, maar met het oog op de toekomst is het rampzalig. Als de markt aantrekt heb je namelijk wel goeie vakkrachten nodig. Met de sectorplannen als hulpmiddel kunnen bedrijven toch stages en leerwerkplekken blijven aanbieden.
Uit een recent onderzoek blijkt (Gelderblom et al, 2014) dat ongeveer 1/3 van de technische mbo'ers en hbo'ers anderhalf jaar na afstuderen een niet-technisch beroep heeft. Daar zijn verschillende redenen voor, die we goed moeten bestuderen. Daarnaast blijkt dat technisch opgeleide vrouwen vaker voor een niet-technische baan in een niet-technische sector kiezen, omdat zij graag in deeltijd werken. Dat is een verlies voor het bedrijfsleven, terwijl het wellicht met een kleine aanpassing te voorkomen is. Willen we flexibele werknemers uit alle geledingen van de samenleving? Dan hebben we ook flexibele werkgevers nodig."

In de Metalektro is sprake van een groeiend aantal bedrijfsvakscholen die als intermediair tussen scholen en bedrijven fungeren. Ook verzorgen zij, in samenwerking met ROC's, opleidingen waarbij de vraag vanuit de bedrijven centraal staat. Zou dit een oplossing voor de lange termijn kunnen zijn?

"Samenwerking tussen scholen en bedrijven moedig ik aan. Hoe meer, hoe beter. Een bedrijfsvakschool is aanvullend op een reguliere mbo- of hbo-opleiding, en wordt opgericht om aan de specifieke competentiebehoeften van een bedrijf te kunnen voldoen. Het ligt in de lijn van de eerder genoemde centra voor Innovatief Vakmanschap , de Centres of Excellence en het Regionaal investeringsfonds mbo. Ik vind het een slimme oplossing en we weten uit Duitsland dat het kan werken."

Instroombevordering in de techniek is essentieel. Ouders en scholen hebben een belangrijke invloed bij de keuze van een opleiding. U heeft zelf drie jonge kinderen. Op welke manieren komen uw kinderen in aanraking met techniek?

"Ze zijn nog heel jong, maar in ieder geval komen ze daar ongetwijfeld op school mee in aanraking. Daarnaast is nieuwsgierigheid en het mogen ontdekken van de wereld belangrijk. Van de winter zaten we een dag zonder verwarming. Omdat één van de jongens erg geïnteresseerd was geraakt in de techniek ervan, ging hij zelf knutselen. Met als gevolg dat de loodgieter moest komen om de boel weer aan de praat te krijgen!"